Hoofdstuk 4Zoetwater

Hoge Zandgronden, rijplaten tegen droogte, Asten (Drenthe), juni 2020

Voldoende zoetwater is in ons land cruciaal, onder meer voor de stabiliteit van dijken, natuur en voor de drinkwater- en elektriciteitsvoorziening. Diverse sectoren zijn voor hun productie afhankelijk van zoetwater, zoals landbouw, scheepvaart en veel industrieën. Deze sectoren hebben een aandeel van ongeveer 16% in de nationale economie. Ook om zakking van inklinkingsgevoelige gebieden tegen te gaan, voor het leefmilieu in de stad en de volksgezondheid is voldoende zoetwater van belang.

Het aanbod van zoetwater is niet altijd toereikend voor de vraag. Dat bleek duidelijk tijdens de langdurige droogteperioden in 2018, 2019 en het droge voorjaar van 2020. Ook verzilting - onder meer door de stijging van de zeespiegel - vormt een bedreiging voor de zoetwaterbeschikbaarheid in Nederland. De kern van de deltabeslissing Zoetwater is dat Nederland in de toekomst weerbaar is tegen watertekort.

4.1Voorstel herijking: deltabeslissing Zoetwater en nationale zoetwaterstrategie

Deltabeslissing Zoetwater

Het volgende onderdeel van de deltabeslissing Zoetwater uit Deltaprogramma 2015 is de afgelopen jaren afgerond:

  • In 2018 heeft een tussenevaluatie plaatsgevonden van het proces, de spelregels, de beschikbare instrumenten om de afspraken te borgen en van het ambitieniveau van waterbeschikbaarheid.

De deltacommissaris stelt de volgende herijkte deltabeslissing Zoetwater voor:

Hoofddoel voor zoetwater
  • In 2050 is Nederland weerbaar tegen zoetwatertekort. Dit is het overkoepelende doel bij de vijf nationale doelen die zijn vastgesteld in DP2015 (zie figuur 6).
Waterbeschikbaarheid
  • De betrokken overheden geven in overleg met gebruikers helderheid over de beschikbaarheid van zoetwater in een gebied - in normale en droge situaties - en over inspanningen en verantwoordelijkheden, in aanvulling op de Nationale Verdringingsreeks. Ze doen dit via het proces van waterbeschikbaarheid.
  • In dit proces doorlopen overheden en gebruikers drie stappen: transparantie (vraag en aanbod van zoetwater in beeld brengen), optimalisatie (mogelijkheden voor optimalisatie van vraag en aanbod bespreken) en afspraken maken (over te nemen maatregelen).
  • In 2021 zijn voor de urgente gebieden en het hoofdwatersysteem de gebiedsprocessen en het proces waterbeschikbaarheid doorlopen. De betrokken overheden zetten blijvend in op de uitwerking van waterbeschikbaarheid. Het Bestuurlijk Platform Zoetwater (BPZ) bespreekt waterbeschikbaarheid jaarlijks tijdens het ijkmoment, waarbij de stand van zaken wordt besproken en vooruitgekeken wordt naar nieuwe urgente gebieden.
  • De maatregelen en acties die nodig zijn om het doel te bereiken, kunnen veranderen vanwege nieuwe omstandigheden, het regionale maatwerk en andere maatschappelijke voorkeuren. Daarom moet waterbeschikbaarheid opnieuw bekeken worden bij grote aanpassingen in scenario’s (klimaat en sociaaleconomisch), grote regionale veranderingen in de watervraag (bijvoorbeeld voor de energietransitie en datacenters), grote watersysteem­aanpassingen (bijvoorbeeld het bestrijden van bodemdaling) en veranderingen in maatschappelijke voorkeur. Dit gebeurt in ieder geval in de systematische zesjaarlijkse herijking.
Diagram van Nationale doelen voor zoetwatervoorziening
Figuur 6 Nationale doelen voor zoetwatervoorziening
Koppeling met ruimtelijke inrichting
  • Een toekomstbestendige zoetwatervoorziening vereist een klimaatbestendig land- en watergebruik. Voldoende zoetwater van goede kwaliteit kan niet altijd en overal gegarandeerd worden voor alle gebruikers en sectoren.
  • Uitgangspunt is dat de vraag naar water wordt afgestemd met de beschikbaarheid van water door bij de toedeling van watervragende functies aan gebieden rekening te houden met de waterbeschikbaarheid in die gebieden en in te zetten op een zuinige omgang met water door watervragende functies. Daarbij wordt ingezet op het voorkomen van overlast door water en tekorten van water door in een gebied de volgende voorkeursvolgorde te hanteren:
    • beter vasthouden van water om overlast te voorkomen en beschikbaarheid zeker te stellen;
    • vervolgstappen voor het voorkomen van overlast zijn bergen en afvoeren, vervolgstap om een tekort aan water te voorkomen is het slimmer verdelen van water over de watervragende functies in een gebied;
    • als deze inzet toch nog onvoldoende is, dan moeten we (rest)schade accepteren en ons daarop voorbereiden.
Stapsgewijs verbeteren
  • Het Rijk en de waterschappen maken de zoetwatervoorziening robuuster met een aantal gerichte investeringen in het hoofdwatersysteem en de regionale watersystemen. Het doel is water beter vast te houden, grondwatervoorraden te vergroten en de aanvoer van zoetwater te verbeteren door het beschikbare water slim te bufferen en te verdelen en verzilting tegen te gaan. Daarnaast wordt met gerichte innovaties ingezet op zuinig gebruik en hergebruik van water.
  • Begin 2021 stellen Rijk en regio de zoetwatermaatregelen voor fase 2 van Deltaplan Zoetwater vast (2022-2027), op basis van de middelen in het Deltafonds en cofinanciering van provincies, waterschappen en gemeenten, drinkwaterbedrijven en watergebruikers. Deze maatregelen worden opgenomen in het Deltaplan Zoetwater in Deltaprogramma 2022.
  • De programmering komt tot stand op basis van bestuurlijk afgesproken criteria: effectiviteit, voorkeursvolgorde, schaalniveau, waterbeschikbaarheid, kosten, cofinanciering, integraliteit (samenhang), innovatiekracht en de doorsnijdende criteria van het Deltaprogramma (solidariteit, flexibiliteit, duurzaamheid).
  • Maatregelen voor zoetwater dienen waar mogelijk ook andere doelen en worden waar mogelijk - conform de aanbevelingen van de Beleidstafel Droogte - gecombineerd met maatregelen voor het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie. Ook kennisontwikkeling en gebiedsprocessen worden tussen de deltaprogramma’s afgestemd.

Nationale zoetwaterstrategie

De deltacommissaris stelt voor de nationale zoetwaterstrategie als volgt aan te scherpen:

  • De opgaven voor zoetwater en voor ruimtelijke adaptatie worden sterker verbonden in de dialogen over de stresstesten en waterbeschikbaarheid, in de kennisagenda’s en bij de sturing op de uitgaven voor de uitvoeringsprogramma’s.
  • Eind 2020 stelt het Bestuurlijk Platform Zoetwater (BPZ) de strategie Klimaatbestendige zoetwatervoorziening hoofdwatersysteem vast. De strategie krijgt een verdere uitwerking door lerend implementeren en getrapte besluitvorming. Doel is om met ‘slim watermanagement’ de kans op watertekorten te verkleinen door flexibel te sturen op zoetwaterbuffers op basis van een landelijk overzicht en real-time data (zie kader).
  • In gebieden zonder of met beperkte wateraanvoer (met name op de Hoge Zandgronden) zetten regionale overheden en watergebruikers in op actief grondwater­voorraadbeheer en gebiedsgericht maatwerk. Voor behoud en verbetering van de waterbeschikbaarheid zijn gebiedsdekkend maatregelen nodig (lokaal en regionaal), in afstemming met de maatregelen tegen wateroverlast.
  • ‘Slim watermanagement’ door de gezamenlijke waterbeheerders – Rijkswaterstaat en waterschappen - krijgt een extra impuls en wordt verder uitgebouwd. Door meer overzicht en inzicht in de waterverdeling die daarmee ontstaat, krijgen de waterbeheerders meer handelingsperspectief in perioden van (dreigende) droogte. Deze kennis draagt tevens bij aan het al doende leren (lerend implementeren) van de strategie Klimaatbestendige zoetwatervoorziening hoofdwatersysteem, zodat de besluitvorming stapsgewijs vorm kan krijgen.

Strategie Klimaatbestendige zoetwatervoorziening hoofdwatersysteem

In de droge zomer van 2018 hebben Rijkswaterstaat en de waterschappen door slimmer watermanagement het beschikbare water efficiënter kunnen vasthouden en verdelen. Dit is in 2019 vertaald in de strategie Klimaatbestendige zoetwatervoorziening hoofdwatersysteem. Met die strategie kan de toenemende kans op watertekorten als gevolg van verzilting in het benedenrivierengebied en uitputting van de IJsselmeerbuffer grotendeels worden opgelost zonder grote ingrepen in het hoofdwatersysteem.
De strategie kent beproefde onderdelen en onderdelen waar nog onzekerheid over is. De strategie incorporeert bestaande beleidsmatig vastgelegde zoetwaterbuffers (zoals het IJsselmeer en het Haringvliet/Hollandsch Diep) en vigerende afspraken (zoals het peilbesluit IJsselmeer) en doet voorstellen voor nieuwe zoetwaterbuffers waarover nog geen afspraken bestaan. De strategie beschrijft een stip op de horizon, die kan worden bereikt door middel van lerend implementeren en een getrapte besluitvorming. Deze getrapte besluitvorming wordt in 2020 verder uitgewerkt. De principes van de strategische zoetwaterbuffers met bijbehorende aanvoerroutes worden in 2020 uitgewerkt (met uitzondering van de route via het Amsterdam-Rijnkanaal, vanwege nader onderzoek naar de wenselijkheid en haalbaarheid), waarna besluitvorming in 2021 plaatsvindt. De verdere uitwerking van deze principes vindt plaats tussen 2022 en 2027; de definitieve besluitvorming is eind 2027. De strategie zoals die nu voorzien is, luidt als volgt: bij (dreigende) watertekorten richt de aandacht zich op het zoet houden van de delen van het benedenrivierengebied die efficiënt zoet te houden zijn en waaruit de zoetwatervoorziening gefaciliteerd kan worden. Het gaat om de bovenlopen van de Lek, de Hollandsche IJssel en het Amsterdam-Rijnkanaal. Sturing gebeurt op basis van actuele informatie over de verziltingssituatie en de watervraag. De stuw bij Hagestein wordt ingezet om de bovenloop van de Lek zoet te houden en via de Irenesluizen wordt het Amsterdam-Rijnkanaal zoet gehouden. De bovenloop van de Hollandsche IJssel blijft zoet via de gekanaliseerde Hollandsche IJssel en de Waaiersluis, mogelijk in combinatie met de Krimpenerwaardroute. Hiermee blijft de zoetwatervoorziening naar de regio en voor drinkwater zo goed mogelijk geborgd. In de nu al verziltingsgevoelige delen van de Rijn-Maasmonding is het zo lang mogelijk zoet houden geen uitgangspunt meer. Dit ‘bespaart’ water dat nu nog gebruikt wordt om de zoutindringing via de Nieuwe Waterweg zoveel mogelijk tegen te gaan. Gevolg is wel dat de verziltingsdruk in deze regio toeneemt. Consequenties voor de waterbeschikbaarheid worden in 2020 verder onderzocht ten behoeve van de getrapte besluitvorming.

Het IJsselmeer, Brielse Meer en het Haringvliet/Hollandsch Diep zijn bestaande zoetwatervoorraden. Het Hollandsch Diep/Haringvliet blijft voldoende zoet door inzet van de Haringvlietsluizen. Rijkswaterstaat voert het Kierbesluit voor de Haringvlietsluizen staps­gewijs in; dit besluit valt buiten de zoetwaterstrategie. Voor het IJsselmeer gelden de bestaande afspraken van flexibel peilbeheer. De huidige buffer in het IJsselmeer zal als gevolg van klimaatverandering steeds vaker ontoereikend zijn. Onderzocht wordt in hoeverre in droge jaren een deel van het tekort kan worden voorkomen door water uit de Waal via het Amsterdam-Rijnkanaal naar het IJsselmeer aan te voeren. Mogelijk kan een flexibelere inzet van de stuw Driel ook een bijdrage leveren. De mogelijkheden en wenselijkheid van deze aanvoerroutes worden in de komende fase van het Deltaprogramma verder uitgewerkt.

De Maas is een grotendeels gestuwde rivier. Wellicht is het mogelijk om in droge perioden meer water vast te houden door zuiniger te schutten. Er is dan meer water beschikbaar voor gebruik. De stuwpanden van de Neder-Rijn en Lek, de Twentekanalen, de Midden-Limburgse en Noord-Brabantse kanalen en het Volkerak-Zoommeer spelen eveneens een belangrijke rol in de regionale watervoorziening.

Diagram van strategie klimaatbestendige zoetwatervoorziening hoofdwatersysteem
Figuur 7 Strategie klimaatbestendige zoetwatervoorziening hoofdwatersysteem
Kaart van voorkeursstrategie Zoetwater
Kaart 1 Voorkeursstrategie Zoetwater

4.2Toelichting op de herijking

Uit de analyses voor de herijking blijkt dat het nodig is de deltabeslissing Zoetwater uit 2015 op een aantal punten aan te passen. De koers van de deltabeslissing Zoetwater uit 2015 blijft gelijk, de aanpassingen leiden tot intensivering en versnelling van die koers. De belangrijkste aanleidingen zijn de doorvertaling van de nieuwe deltascenario’s en de knelpunten uit de droogte van 2018 en 2019. Het proces voor waterbeschikbaarheid wordt geïntensiveerd op basis van de bevindingen van de Beleidstafel Droogte en er is een zoetwaterdoel voor 2050 geformuleerd: Nederland is in 2050 weerbaar tegen zoetwatertekort.

Zoetwaterdoel 2050

Belangrijke woorden in het zoetwaterdoel zijn ‘weerbaar’ en ‘zoetwatertekort’. Wat weerbaar precies is en wanneer sprake is van een watertekort, verschilt per regio of gebied. Er zijn gebieden met aanvoer van water en er zijn gebieden waar (vrijwel) geen aanvoer mogelijk is. Ook de vraag naar zoetwater verschilt van gebied tot gebied. Hetzelfde geldt voor de maatregelen die genomen kunnen worden en de kosten die daarmee gemoeid zijn. De weerbaarheid tegen zoetwatertekort wordt dan ook lokaal en regionaal bepaald, door waterbeheerders én watergebruikers (drinkwater­bedrijven en sectoren als de landbouw, scheepvaart, natuur, industrie). Zelfvoorzienendheid en urgentiebesef bij de gebruikers van zoetwater zijn daarbij van belang.

Het bepalen van de lokale en regionale weerbaarheid tegen zoetwatertekort gebeurt via het doorlopen van het proces van waterbeschikbaarheid. Zo komen de betrokken partijen tot een gedeelde ambitie en gedragen maatregelen die maatschappelijk en economisch verantwoord zijn, in normale en in droge situaties. In gebieden met water­aanvoer is het doel ook te voorkomen dat de verdringingsreeks in werking moet treden.

Waterbeschikbaarheid

Uit de tussentijdse evaluatie in 2018 is gebleken dat alle regio’s aan de slag zijn gegaan met waterbeschikbaarheid en dat de manier waarop dat gebeurt, werkt. Het doel vraagt een intensivering van de inzet van betrokken overheden en daarom ligt de focus voor fase 1 van het Deltaplan Zoetwater op de uitwerking van waterbeschikbaarheid in urgente gebieden.

In DP2020 staan de urgente gebieden waar in 2021 de eerste ronde van waterbeschikbaarheid gereed moet zijn (zie figuur 8). Bij het jaarlijkse ijkmoment kijkt het Bestuurlijk Platform Zoetwater vooruit naar nieuwe urgente gebieden. De komende jaren wordt vastgesteld voor welke volgende urgente gebieden in de periode 2022-2027 de waterbeschikbaarheid in beeld wordt gebracht. Deze cyclus vormt de basis voor het Deltaplan Zoetwater, waarin de afgesproken investeringen worden vastgelegd.

In 2016 is geadviseerd om het transporteren van water van de Maas naar de Waal in geval van droogte als calamiteitenmaatregel voor de korte termijn te benoemen. Het blijkt voor zowel waterkwaliteit als waterkwantiteit niet aantrekkelijk om hiervan een structurele maatregel te maken, vanwege onzekerheden over de klimaatontwikkeling, de noodzakelijke samenhang met andere maatregelen en effecten op scheepvaart. De optie voor een structurele maatregel blijft in het adaptatiepad wel open; de afweging tussen structureel en niet-structureel kan later worden herbezien.

Koppeling met ruimtelijke inrichting

Naar aanleiding van de Beleidstafel Droogte is geconstateerd dat niet altijd en overal voor alle watergebruikers en sectoren voldoende zoetwater van goede kwaliteit gegarandeerd kan worden. Daarom is de bestaande voorkeursvolgorde (zuinig zijn, beter vasthouden en slimmer verdelen) uitgebreid met ‘accepteren van schade’ en zijn als uitgangspunten gesteld ‘in de ruimtelijke inrichting beter rekening houden met de zoetwaterbeschikbaarheid’ en ‘zuinig zijn met water’. In het traject van de totstandkoming van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) heeft de Tweede Kamer gevraagd om scherpere sturing door de NOVI via voorkeursvolgordes. De voorkeursvolgorde in de herijkte deltabeslissing Zoetwater komt overeen met de tekst in de NOVI-brief van 23 april 2020.*

De voorkeursvolgorde hoeft niet rigide te worden toegepast. Per gebied kan een mix van maatregelen ontstaan op basis van regionale afwegingen. Wel is het belangrijk goed te motiveren hoe bij veranderingen in de ruimtelijke inrichting en de watervraag rekening is houden met de waterbeschikbaarheid. Het is niet meer mogelijk iedere watervraag te accommoderen met maatregelen in het watersysteem en het vergroten van het wateraanbod. In de NOVI is opgenomen dat de toepassing van voorkeursvolgordes verder wordt uitgewerkt in NOVI-samenwerkingsafspraken met de regionale overheden.

Stapsgewijs verbeteren

Om in 2050 weerbaar te zijn tegen zoetwatertekort is stapsgewijze verbetering nodig. De maatregelen uit fase 1 van het Deltaplan Zoetwater dragen daaraan bij en tegelijkertijd programmeren Rijk en regio maatregelen voor fase 2 van het Deltaplan Zoetwater. Deze programmering komt tot stand door afweging op basis van criteria die zijn vastgesteld in het Bestuurlijk Platform Zoetwater.

Het wordt steeds duidelijker dat een toekomstbestendige zoetwatervoorziening een klimaatbestendig land- en watergebruik vereist. Niet altijd en overal kan voor alle watergebruikers en sectoren voldoende zoetwater van goede kwaliteit gegarandeerd worden. Dit geldt bijvoorbeeld voor delen van Nederland waar geen wateraanvoer mogelijk is en voor een aantal verziltingsgevoelige gebieden. Het is nodig om bij de ruimtelijke inrichting meer rekening te houden met de zoetwaterbeschikbaarheid. Mede daarom werkt het Deltaprogramma Zoetwater steeds meer samen met het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie. Met name op het gebied van droogte zijn er raakvlakken tussen beide programma’s. Naar aanleiding van de evaluatie van water­beschikbaarheid is een duidelijke verbinding gelegd tussen de risicodialogen bij de stresstesten – die onderdeel uitmaken van de aanpak van het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie – en de risicodialogen voor waterbeschikbaarheid. De uitkomsten van de stresstesten en waterbeschikbaarheid helpen om te komen tot een meer klimaatbestendige inrichting van gebieden. Ook op het gebied van kennis­ontwikkeling wordt de verbinding tussen beide delta­programma’s versterkt.

Om in de toekomst (beter) weerbaar te zijn tegen zoetwatertekorten, is het van belang om water zuiniger te gebruiken, meer en langer vast te houden en beter te verdelen. Niet alleen in de regionale watersystemen, maar ook in het hoofdwatersysteem. Bestaande infrastructuur kan slimmer en flexibeler benut worden voor de zoetwatervoorziening vanuit het hoofdwatersysteem. Dat blijkt uit ervaringen tijdens de droogte van 2018 en met het programma ‘slim watermanagement’. Deze ervaringen hebben geleid tot een conceptstrategie voor een klimaatbestendige zoet­watervoorziening van het hoofdwatersysteem, uitgaande van de bestaande infrastructurele situatie en passend binnen adaptief deltamanagement.

4.3Terugblik: de mijlpalen van de afgelopen zes jaar

De afgelopen zes jaar zijn belangrijke stappen gezet met de uitvoering van de deltabeslissing Zoetwater, op nationaal niveau en in de zoetwaterregio’s. Dit heeft onder meer de volgende mijlpalen opgeleverd:

1. Sinds 2015 worden de maatregelen uit Deltaplan Zoetwater 2015-2021 uitgevoerd. In totaal investeren Rijk en regionale partijen samen ruim € 430 miljoen in de verbetering van de waterbeschikbaarheid.

2. Tijdens de droogte van 2018 heeft ‘slim watermanagement’ zijn nut bewezen. De redeneerlijnen, handreikingen en informatieschermen hebben in belangrijke mate bijgedragen aan het beperken van (de gevolgen van) watertekort.

3. In december 2019 heeft de Beleidstafel Droogte de eindrapportage ‘Nederland beter weerbaar tegen droogte’ opgeleverd. De conclusie is dat een omslag noodzakelijk is om Nederland beter weerbaar te maken tegen droogte: het watersysteem moet op alle niveaus beter in staat zijn om water vast te houden. In sommige gebieden moet het landgebruik aangepast worden aan de waterbeschikbaarheid.

4. De afgelopen jaren is de aanpak voor zoetwater en ruimtelijke adaptatie steeds sterker verweven, onder meer door de risicodialogen over de stresstesten te verbinden met de dialogen over waterbeschikbaarheid. Limburg en Noord-Brabant stellen bijvoorbeeld in 2020 een gezamenlijke strategie en aanpak vast (Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie Zuid-Nederland).

5. De afgelopen jaren zijn verschillende waterbeschikbaarheidsprocessen afgerond in urgente gebieden. Overheden, gebruikers en andere stakeholders hebben samen de huidige en toekomstige knelpunten in de zoetwatervoorziening en de waterbehoefte voor verschillende sectoren verkend. Dit heeft een samenhangend pakket van maatregelen opgeleverd en watergebruikers bewust gemaakt van mogelijke watertekorten en hun eigen mogelijkheden om zuiniger om te gaan met water.

6. De afgelopen jaren is het inzicht in de zoetwaterknelpunten en de mogelijke maatregelen sterk vergroot, er is kennis en ervaring opgedaan met het in beeld brengen van de zoetwateropgave en het bepalen van de (kosten)effectiviteit van maatregelen. Er wordt continu gewerkt aan (water)systeemkennis en het hydrologisch en economisch instrumentarium. De hydrologische en economische effectiviteit van maatregelen is onderzocht in het licht van de continu veranderende inzichten in klimaat- en sociaaleconomische ontwikkelingen en het effect dat deze ontwikkelingen hebben op de zoetwaterstrategie. Tabel 12 geeft een overzicht van uitgevoerde onderzoeken in de aanloop naar Deltaprogramma Zoetwater fase 2, met onder meer een analyse van de huidige en toekomstige knelpunten in de zoetwatervoorziening in Nederland op basis van geactualiseerde deltascenario’s voor 2050 en 2100. In het synthesedocument van de herijking zijn de onderzoeken nader toegelicht.*

Kaart van urgente gebieden Waterbeschikbaarheid
Figuur 8 Urgente gebieden Waterbeschikbaarheid
Overzicht van uitgevoerde onderzoeken in de aanloop naar Deltaplan Zoetwater fase 2

Stap 1: Knelpuntenanalyse

Stap 2: Mogelijke strategieën

Stap 3: Kansrijke strategieën

  • Regionale knelpunten-analyses zoetwater (2012-2019)
  • Actualisatie deltascenario’s (2017)
  • Analyse van de 100-jarige reeks ten behoeve van de Knelpuntenanalyse Zoetwater 2017
  • Hotspotanalyse voor Deltaprogramma Zoetwater (2018)
  • Geactualiseerde knelpuntenanalyse voor Deltaprogramma Zoetwater fase 2 (2019)
  • Geactualiseerde knelpuntenanalyse voor Deltaprogramma Zoetwater - Effecten van Parijs - maatregelen en doorkijk naar zichtjaar 2100 (2019)
  • Regioscan zoetwatermaatregelen, verkennen van het perspectief van kleinschalige zoetwatermaatregelen voor de regionale zoetwateropgave (2018)
  • Maatregelverkenning voor Deltaprogramma Zoetwater (2018)
  • Economische analyse zoetwater (2019)
  • Verdelingsvarianten hoofdwater­systeem, verkennende studie naar een stuurbaar buffernetwerk (2019)
  • Waterbeschikbaarheid hoofdwater­systeem (2019)
  • Verkenning kansrijke maatregelen waterbeschikbaarheid Maas (2019)
Figuur 9 Overzicht van uitgevoerde onderzoeken in de aanloop naar Deltaplan Zoetwater fase 2

4.4Agendering voor de komende zes jaar

Projecten, activiteiten en mijlpalen

De komende zes jaar gaan projecten en activiteiten in uitvoering om de deltabeslissing Zoetwater verder te verwezenlijken. Dat levert onder meer de volgende mijlpalen op:

  • Begin 2021 vindt besluitvorming plaats over het maat­regelenpakket voor de tweede fase van het Deltaprogramma Zoetwater. Het maatregelenpakket wordt opgenomen in Deltaprogramma 2022 en uitgevoerd in de periode 2022-2027.
  • De laatste maatregelen van fase 1 zijn in 2023 gereed.
  • De komende jaren wordt het proces waterbeschikbaarheid gecontinueerd en krijgen de maatregelen voor de periode 2022-2027 invulling.
  • De strategie Klimaatbestendige zoetwatervoorziening hoofdwatersysteem krijgt de komende jaren stapsgewijs een verdere uitwerking.
  • De samenwerking met het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie wordt verder versterkt, onder meer op het gebied van kennisontwikkeling en gebiedsprocessen. De uitkomsten hiervan dragen bij aan klimaatbestendig land- en watergebruik, wat weer bijdraagt aan een toekomstbestendige zoetwatervoorziening.
  • De afspraken die de internationale Rijncommissie op 13 februari 2020 heeft gemaakt over droogte (zie paragraaf 8.1) krijgen een uitwerking. In de Internationale Maascommissie wordt gewerkt aan een plan van aanpak voor extreem laagwater. Daarbij gaat het om thema’s als waterkwantiteit, waterkwaliteit en bevaarbaarheid om in de toekomst weerbaarder te zijn tegen watertekorten.
  • Uit het Kennisprogramma Zeespiegelstijging (KP ZSS) volgt in 2026 in hoeverre de zoetwaterstrategieën houdbaar en oprekbaar zijn. Ook wordt verkend welke langetermijnopties moeten worden opengehouden, rekening houdend met andere transities zoals in de land- en tuinbouw, natuur, duurzame energie, woningbouw en transport (spoor IV).

Het volledige overzicht van maatregelen voor zoetwater is te zien in Deltaplan Zoetwater (zie 4.5).

Kennis en onderzoek

De kennis over zoetwater blijft up-to-date met de Kennisagenda van het Deltaprogramma. Belangrijke kennisvragen gaan over het effect van zeespiegelstijging op de zoetwatervoorziening. Het Kennisprogramma Zeespiegelstijging brengt onder meer in beeld wat de verschillende scenario’s voor zeespiegelstijging betekenen voor de zoetwaterbeschikbaarheid en het ruimtegebruik (zoals voor landbouw en natuur).

In 2021 brengt het KNMI het klimaatsignaal over onder meer weersextremen uit en in 2023 nieuwe KNMI-scenario’s. Dit zijn belangrijke stappen op weg naar de tweede herijking, omdat de zoetwaterknelpunten naar verwachting zullen toenemen.

Voor de besluitvorming over het maatregelenpakket voor Deltaplan Zoetwater fase 2 wordt in 2020 het voorkeursmaatregelenpakket hydrologisch en economisch door­gerekend. De resultaten daarvan worden in het najaar van 2020 verwacht en bieden input voor de afweging.

Gedurende fase 2 van het Deltaplan Zoetwater wordt een aantal vervolgonderzoeken voor de strategie Klimaatbestendige zoetwatervoorziening van het hoofdwatersysteem uitgevoerd. De strategie wordt in de fase 2 verder uitgewerkt, onder meer door middel van dialoog en gezamenlijke kennisontwikkeling.

Een aanbeveling van de Beleidstafel Droogte is het ontwikkelen van toekomstperspectieven die gebaseerd zijn op het meest droge KNMI-scenario. Daarbij wordt aangesloten bij het PBL-project Nederland Later (Ruimtelijke Verkenning 2022). Het gaat om een ruimtelijke scenariostudie gericht op het verkennen van de interactie tussen klimaatadaptatie/zoetwatervoorziening en andere transities en sectoren in Nederland (op het gebied van onder andere energie, landbouw en natuur). Als onderdeel van de herijking van de monitoringsystematiek ‘meten, weten, handelen’ (zie paragraaf 2.4) worden de mogelijkheden verkend om met een beperkt aantal bestuurlijk relevante criteria in beeld te brengen hoe de maatregelen van het Deltaplan Zoetwater bijdragen aan vergroting van de weerbaarheid tegen zoetwatertekort.

4.5Deltaplan Zoetwater

Het Deltaplan Zoetwater omvat alle geprogrammeerde en geagendeerde maatregelen, onderzoeken en kennisvragen die betrekking hebben op een duurzame zoetwatervoorziening en die geheel of gedeeltelijk bekostigd worden uit het Deltafonds.

Maatregelen fase 1

Regio’s, het Rijk en de gebruikers zijn volop bezig met de uitvoering van de maatregelen uit het Deltaplan Zoetwater fase 1 (2015-2021). De totale geplande uitgaven van alle partijen voor de zoetwatermaatregelen uit het Deltaplan bedragen in de periode tot en met 2023 ruim € 430 miljoen. Hiervan wordt € 169 miljoen uit het Deltafonds gefinancierd. Bijna alle maatregelen zijn in 2021 gereed. Het Bestuurlijk Platform Zoetwater (BPZ) heeft er op 14 maart 2019 mee ingestemd dat enkele maatregelen tot in 2023 uitlopen.

Tabel 12 geeft een overzicht van de geprogrammeerde en geagendeerde onderzoeken en maatregelen die invulling geven aan de deltabeslissing en de voorkeursstrategieën voor zoetwater. Deze onderzoeken en maatregelen volgen uit het Investeringsprogramma Zoetwater 2015-2021, zoals opgenomen in DP2015. Het investeringsprogramma is samengesteld op basis van een landelijke investerings­agenda, regionale uitvoeringsprogramma’s van de zoet­waterregio’s en een aantal uitvoeringsprogramma’s van de gebruiksfuncties. Tabel 13 geeft per maatregel de financiering uit het Deltafonds en financiering door de regio.

In de voortgangsrapportage 2019 (Achtergronddocument F) staat zowel de terugblik op het jaar 2019 als de actualisatie van de programmering van zoetwatermaatregelen, zoals is vastgesteld door het BPZ. Verder is een vooruitblik opgenomen voor de periode 2020/2021.

Tabel 12: Programmering maatregelen Deltaplan Zoetwater
Deltaplan Zoetwater 2021-2023 2021 2022 2023
IJsselmeergebied
171 Flexibilisering IJsselmeerpeil met:
171a HWS: nieuw peilbesluit IJsselmeergebied (2017)
171b HWS: operationaliseren Flexibel peilbeheer
171c HWS: maatregelen Friese IJsselmeerkust
171d HWS: robuuste natuurlijke oevers IJsselmeergebied 1e fase
171e HWS: Implementatie peilbesluit IJsselmeer
 
172 Projectprogramma Hogere Gronden Regio Noord met:
172a Natuurlijke inrichting Dwarsdiepgebied
172b Klimaatbestendig stroomgebied Drentse Aa
172c Optimalisatie inlaten landbouwgrond hogere zandgronden Noord-Nederland
172d Gebiedsontwikkeling de Dulf-Mersken e.o.
 
173 Proeftuin IJsselmeergebied met:
173a Spaarwater
173b Gouden gronden
173c Proeftuin Hunze en Aa's
173d Proeftuin Wetterskip Fryslân
 
Hoge Zandgronden
174 Uitvoeringsprogramma Deltaplan Hoge Zandgronden, Regio Zuid
175 Uitvoeringsprogramma Zoetwatervoorziening Hoge Zandgronden, Regio Oost
176 Innovatieve klimaatpilot Zuid: subirrigatie
177 Innovatieve klimaatpilot Oost 1: subinfiltratie effluent
178 Innovatieve klimaatpilot Oost 2: slimme stuw
179 Innovatieve klimaatpilot Oost 3: waterverdeling Zutphen
 
West-Nederland
180 HWS: Irenesluis (KWA+ in HWS)
181 Klimaatbestendige Water Aanvoer West-Nederland (KWA)
182 Optimalisatie watervoorziening Brielse Meer, stap 1
183 Innovatieve klimaatpilot Zoetwaterfabriek De Groote Lucht
 
Zuidwestelijke Delta
184a Roode Vaart doorvoer West-Brabant en Zeeland
184b Maatregelen robuust regionaal watersysteem
185 Klimaatpilot Proeftuin Zoetwater Zeeland met:
185a E1 - FRESHEM Zoet-zoutkartering
185b E2 - GO-FRESH II ondergrondse waterconservering
185c E4 - Omgevingsaanpak & pilot onderzoek Wetland - Milde Ontzilting
185d E5 - DeltaDrip
185e E6 - Zoutmanagement in zoektocht naar zouttolerante aardappel
185f E7 - Meer fruit met minder water
185g E10 - Verkenning Gebiedsfreshmaker
185h E11 - Verkenning Waterhouderij Walcheren
185i E12 - Drainstore
185j POP3-regeling fysieke maatregelen water
185k Extra middelen voor de Proeftuin Zoetwater
 
Rivierengebied
186 HWS: onderzoek langsdammen
187 Start maatregelen Rivierengebied-Zuid
188 Innovatieve klimaatpilot Duurzaam gebruik ondiep grondwater
 
Hoofdwatersysteem (zie ook onder de regio's)
189 Waterbeschikbaarheid in het Hoofdwatersysteem (HWS)
190 Slim Watermanagement (SWM)
191 Noordervaart
 
Extra maatregelen Beleidstafel Droogte
192 Verwachtingen waterdiepte Rijntakken
193 Zoutmonitoring en modelontwikkeling Amsterdam-Rijnkanaal/Noordzeekanaal
194 Zoutmonitoring en model ontwikkeling in het IJsselmeer
195 Joint fact finding IJsselmeer
196 Sturen op zout WNZ drie extra meetpunten RMM
197 Debietmeters Neder-Rijn Lek t.b.v. zoetwaterbuffers west NL
198 Ondersteuning regionale uitwerking verdringingsreeks IJsselmeergebied
199 Zoutkartering 1e fase
200 Pluspakket Regio Oost
201 Pluspakket Regio Zuid
202 COASTAR

Legenda: Onderzoek Verkenning Planuitwerking Realisatie Gereed Klimaatpilots Beleidsontwikkeling

Tabel 13: Investeringsprogramma Zoetwater 2020-2023
  Deltafonds
2020-2021
Deltafonds
2022-2023
Bijdrage
Regio*
2020-2023
Totaal
2020-2023
Totaal
bijdrage
Deltafonds
2015-2023
IJsselmeergebied
171 Flexibilisering IJsselmeerpeil met:
171a HWS: Nieuw peilbesluit IJsselmeergebied € 0 € 0 € 0 € 0 € 1.300.000
171b HWS: operationaliseren Flexibel peilbeheer € 387.000 € 0 € 0 € 387.000 € 1.137.000
171c HWS: maatregelen Friese IJsselmeerkust € 5.662.462 € 5.662.462 € 4.612.076 € 15.937.000 € 12.000.000
171d HWS: robuuste natuurlijke oevers IJsselmeergebied 1e fase € 1.222.000 € 1.022.000 € 0 € 2.244.000 € 2.304.452
171e HWS: Implementatie peilbesluit IJsselmeer € 4.900.000 € 2.200.000 € 0 € 7.100.000 € 13.200.000
 
172 Projectprogramma Hogere Gronden Regio Noord met:
172a Natuurlijke inrichting Dwarsdiepgebied € 264.000 € 131.000 € 963.000 € 1.358.000 € 570.000
172b Klimaatbestendig stroomgebied Drentse Aa € 113.000 € 0 € 2.937.000 € 3.050.000 € 200.000
172c Optimalisatie inlaten landbouwgrond hogere (zand)gronden Noord-Nederland € 1.255 € 0 € 12.440 € 13.695 € 15.000
172d Gebiedsontwikkeling de Dulf-Merksen e.o. (Nijbeets) € 35.350 € 0 € 0 € 35.350 € 212.100
 
173 Proeftuin IJsselmeergebied met:
173a Spaarwater € 0 € 0 € 0 € 0 € 700.000
173b Gouden gronden € 31.974 € 0 € 619.834 € 651.808 € 91.000
173c Proeftuin Hunze en Aa's € 82.000 € 0 € 0 € 82.000 € 200.000
173d Proeftuin Wetterskip Fryslân € 40.000 € 0 € 73.000 € 113.000 € 210.000
 
Hoge Zandgronden
174 Uitvoeringsprogramma Deltaplan Hoge Zandgronden, Regio Zuid € 13.160.000 € 0 € 42.520.000 € 55.680.000 € 32.900.000
175 Uitvoeringsprogramma Zoetwatervoorziening Hoge Zandgronden, Regio Oost € 10.800.000 € 0 € 36.520.000 € 47.320.000 € 27.100.000
176 Klimaatpilot Zuid: subirrigatie € 0 € 0 € 0 € 0 € 50.000
177 Klimaatpilot Oost 1: subinfiltratie effluent € 0 € 0 € 0 € 0 € 22.500
178 Klimaatpilot Oost 2: slimme stuw € 0 € 0 € 0 € 0 € 10.500
179 Klimaatpilot Oost 3: waterverdeling € 0 € 0 € 0 € 0 € 17.500
 
West-Nederland
180 HWS: Irenesluis (KWA+ in HWS) € 0 € 0 € 0 € 0 € 300.000
181 Klimaatbestendige Water Aanvoer West-Nederland (KWA) € 12.300.000 € 20.100.000 € 0 € 32.400.000 € 37.300.000
182 Optimalisatie watervoorziening Brielse Meer, stap 1 € 2.520.000 € 0 € 1.880.000 € 4.400.000 € 2.520.000
183 Klimaatpilot Zoetwaterfabriek De Groote Lucht € 0 € 0 € 0 € 0 € 500.000
 
  Overige maatregelen regionaal watersysteem € 0 € 0 € 7.000.000 € 7.000.000 € 0
 
Zuidwestelijke Delta
184a Roode Vaart doorvoer West-Brabant en Zeeland € 4.793.671 € 0 € 6.242.271 € 11.035.943 € 8.918.671
184b Maatregelen robuust regionaal watersysteem € 1.496.079 € 0 € 4.308.579 € 5.804.659 € 1.496.079
 
185 Klimaatpilot Proeftuin Zoetwater Zeeland met:
185a E1-FRESHEM Zoet-zoutkartering € 0 € 0 € 0 € 0 € 738.100
185b E2-Go-FRESH II ondergrondse waterconservering € 0 € 0 € 0 € 0 € 229.900
185c E4-Omgevingsaanpak & pilot onderzoek Wetland-Milde Ontzilting € 759.457 € 0 € 110.418 € 869.875 € 819.957
185d E5-DeltaDrip € 25.000 € 0 € 125.000 € 150.000 € 100.000
185e E6-Zoutmanagement in zoektocht naar zouttolerante aardappel € 0 € 0 € 0 € 0 € 139.150
185f E7-Meer fruit met minder water € 31.417 € 0 € 107.514 € 138.931 € 94.250
185g E10-Verkenning Gebiedsfreshmaker € 0 € 0 € 0 € 0 € 30.250
185h E11-Verkenning Waterhouderij Walcheren € 25.000 € 0 € 220.000 € 245.000 € 75.000
185i E12-Drainstore € 61.938 € 0 € 61.938 € 123.875 € 123.875
185j POP3-regeling fysieke maatregelen water € 0 € 0 € 300.000 € 300.000 € 200.000
185k Extra middelen voor de Proeftuin Zoetwater € 549.518 € 0 € 549.518 € 1.099.036 € 549.518
 
Rivierengebied
186 HWS: onderzoek langsdammen € 100.000 € 0 € 0 € 100.000 € 100.000
187 Start maatregelen Rivierengebied-Zuid € 421.970 € 0 € 843.940 € 1.265.910 € 500.000
188 Klimaatpilot Duurzaam gebruik ondiep grondwater € 50.000 € 0 € 100.000 € 150.000 € 100.000
 
Hoofdwatersysteem (zie ook onder de regio's)
189 Waterbeschikbaarheid in het Hoofdwatersysteem (HWS) € 210.000 € 0 € 0 € 210.000 € 1.315.000
190 Slim Watermanagement (SWM) € 1.995.000 € 0 € 0 € 1.995.000 € 4.967.000
191 Noordervaart € 3.879.000 € 3.960.000 € 8.736.000 € 16.575.000 € 9.000.000
 
Extra maatregelen Beleidstafel Droogte
192 Verwachtingen waterdiepte Rijntakken € 105.000 € 0 € 0 € 105.000 € 105.000
193 Zoutmonitoring en modelontwikkeling Amsterdam-Rijnkanaal/Noordzeekanaal € 115.000 € 0 € 255.000 € 370.000 € 230.000
194 Zoutmonitoring en model ontwikkeling in het IJsselmeer € 529.500 € 0 € 250.000 € 779.500 € 1.059.000
195 Joint fact finding IJsselmeer € 30.000 € 0 € 0 € 30.000 € 30.000
196 Sturen op zout WNZ drie extra meetpunten RMM € 200.000 € 0 € 0 € 200.000 € 200.000
197 Debietmeters Neder-Rijn Lek t.b.v. zoetwaterbuffers west NL € 180.000 € 0 € 220.000 € 400.000 € 180.000
198 Ondersteuning regionale uitwerking verdringingsreeks Ijsselmeergebied € 40.000 € 0 € 0 € 40.000 € 40.000
199 Zoutkartering 1e fase € 700.000 € 0 € 700.000 € 1.400.000 € 700.000
200 Pluspakket Regio Oost € 2.000.000 € 0 € 2.000.000 € 4.000.000 € 2.000.000
201 Pluspakket Regio Zuid € 2.000.000 € 0 € 2.000.000 € 4.000.000 € 2.000.000
202 COASTAR € 150.000 € 0 € 856.000 € 1.006.000 € 300.000
 
Totaal € 71.966.591 € 33.075.462 € 125.123.528 € 230.165.581 € 169.200.803

* Het totaal van alle bijdragen uit een andere bron dan het Deltafonds. Afspraken mbt oa financiering zijn vastgelegd in bestuurlijksovereenkomsten zoetwater.

Maatregelen fase 2

Begin 2021 vindt besluitvorming plaats over het maat­regelenpakket voor de tweede fase van het Deltaprogramma Zoetwater. De zes zoetwaterregio’s en Rijkswaterstaat hebben ongeveer 150 kansrijke maatregelen geprioriteerd en in voorbereiding voor besluitvorming. De kansrijke maatregelen zijn te verdelen in verschillende typen die elkaar aanvullen en soms zelfs noodzakelijk zijn voor elkaar:

  • infrastructurele wijzigingen aan kunstwerken;
  • innovatieve projecten;
  • aanpassingen van het watersysteem in landelijk en stedelijk gebied (water vasthouden in lokale en regionale watersystemen), aanpassingen van het watergebruik (zuinig omgaan met water door gebruikers) en ruimtelijke aanpassing van het grondgebruik;
  • gebruik van alternatieve zoetwaterbronnen;
  • verbeteringen in de informatievoorziening zoals monitoringsprogramma’s en modelleeropgaven.

De maatregelen voor fase 2 (2022-2027) van het Deltaplan Zoetwater worden ingedeeld in drie categorieën:

  • Tranche 1: maatregelen waarvoor de onderbouwing en cofinanciering voor eind 2020 zijn geregeld. Over deze maatregelen kan worden besloten of ze worden opgenomen in het definitieve maatregelenpakket voor fase 2.
  • Tranche 2: maatregelen waarvoor ruimte in het Deltafonds is gereserveerd, maar waarvoor extra tijd nodig is voor de afronding van de onderbouwing en cofinanciering. Voor eind 2021 wordt besloten of deze maatregelen worden opgenomen in het definitieve maatregelenpakket voor fase 2 of dat ze worden toegevoegd aan de categorie ‘extra ambitie’ of komen te vervallen.
  • ‘Extra ambitie’: mogelijk aanvullende maatregelen op het maatregelenpakket fase 2 als er extra middelen uit het Deltafonds beschikbaar komen voor fase 2 van het Deltaplan Zoetwater.

Het totale maatregelpakket wordt bekostigd door het Rijk (Deltafonds), de waterschappen, de provincies en de drinkwaterbedrijven. Regionale maatregelen worden voor 75% door de regio betaald en (maximaal) 25% van de kosten worden uit het Deltafonds vergoed. Maatregelen van Rijkswaterstaat worden volledig uit het Deltafonds betaald. Bovenregionale maatregelen en innovaties krijgen maximaal 50% bijdrage uit het Deltafonds. In het Deltafonds is € 150 miljoen gereserveerd voor fase 2 van het Deltaprogramma Zoetwater (2022-2027). De minister van IenW heeft de intentie om € 100 miljoen extra beschikbaar te stellen uit het Deltafonds*. Samen met extra regionale cofinanciering, waarmee de totale cofinanciering vanuit de regio op ongeveer € 540 miljoen komt, kan in fase 2 een maatregelenpakket worden uitgevoerd met een omvang van ruim € 800 miljoen.